ECLI:NL:CRVB:2001:AB0250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning specialistentoelage aan militair psycholoog zonder KNMG-registratie
Gedaagde, werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht sinds 1962 en hoofd van een afdeling sinds 1986, verzocht in 1996 met terugwerkende kracht vanaf 1990 om toekenning van de specialistentoelage die in 1990 was ingevoerd voor medisch specialisten binnen de Krijgsmacht Hospitaalorganisatie (KHO). Hij was echter niet ingeschreven als medisch specialist bij de KNMG en behandelde geen burgerpatiënten, waardoor hij volgens de criteria formeel niet in aanmerking kwam.
De toelage was bedoeld als compensatie voor gederfde patiëntenbijdragen en was gekoppeld aan registratie en werkzaamheden binnen de KHO. Gedaagde had aanvankelijk niet om de toelage verzocht omdat hij meende niet aan de criteria te voldoen, maar na het zien van andere toekenningen vroeg hij alsnog de toelage aan. Dit verzoek werd afgewezen en het beroep daarop door de Staatssecretaris van Defensie ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat gedaagde gelijk behandeld moest worden als een andere psychiater die de toelage met terugwerkende kracht had ontvangen en vernietigde het besluit voor de periode vanaf 1 juli 1994.
De Raad overweegt dat de weigering voor de periode tot 19 september 1996 terughoudend moet worden getoetst en acht het besluit voor die periode rechtmatig, mede omdat gedaagde toen niet om de toelage had verzocht. Voor de periode na 19 september 1996 is een minder terughoudende toetsing van toepassing en acht de Raad de weigering onrechtmatig, omdat gedaagde wel degelijk aanspraak kon maken op de toelage ondanks het ontbreken van KNMG-registratie en het niet werkzaam zijn binnen de KHO. De Raad bevestigt daarom de vernietiging van het besluit voor het latere tijdvak en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit voor de periode na 19 september 1996 en bevestigt het voor de periode daarvoor, met veroordeling van de Staatssecretaris in de proceskosten.