ECLI:NL:CRVB:2002:AE4591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering overgangsvoordelen AOW aan in Zwitserland wonende appellant
Appellant, geboren in 1933 en sinds 1967 woonachtig in Zwitserland, vroeg een AOW-pensioen toe te kennen inclusief overgangsvoordelen over de periode vóór 1957. De Sociale Verzekeringsbank kende hem een pensioen toe van 54% van het gehuwde pensioen, zonder overgangsvoordelen, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant op grond van de AOW en de bilaterale Overeenkomst met Zwitserland geen aanspraak heeft op overgangsvoordelen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het Tractaat van 1875 en andere verdragen hem gelijkstelling en rechten zouden geven, maar de Raad verwierp dit omdat het Tractaat niet ziet op sociale zekerheidswetgeving en de latere verdragen deze materie regelen.
De Raad stelde vast dat de Overeenkomst met Zwitserland geen overgangsvoordelen bevat en dat appellant niet voldoet aan de woonvereisten van de AOW voor deze voordelen. Ook het beroep op artikelen 8a en 9a AOW en andere internationale verdragen faalde. Daarnaast kon de Raad niet oordelen over een vermeende weigering van gegevensverstrekking op grond van de Wob.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.