ECLI:NL:CRVB:2005:AT4891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op andere gronden na mislukte reïntegratie bij gemeente Cuijk
Appellant was sinds 1972 werkzaam bij de gemeente Cuijk en meldde zich in 1998 ziek met psychische klachten. Na een reïntegratieplan en begeleidingstraject werd hij in 1999 vervangen in zijn functie. Ondanks herstelverklaring in 2001 en diverse pogingen tot herplaatsing, waaronder een aangeboden juridische functie, bleef er sprake van een impasse in de arbeidsrelatie.
De gemeente verleende appellant op grond van artikel 8:8 van Pro de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) eervol ontslag, met een ontslaguitkering op het niveau van de reguliere bovenwettelijke werkloosheidsuitkering. Appellant voerde aan dat het ontslag onterecht was en dat onvoldoende herplaatsingsinspanningen waren verricht, mede vanwege zijn psychische toestand.
De Raad oordeelde dat de gemeente terecht had geconcludeerd dat voortzetting van de dienstbetrekking niet zinvol was en dat appellant niet in zijn oude functie wilde terugkeren. De Raad vond geen aanwijzingen voor misbruik van omstandigheden of onvoldoende herplaatsingsinspanningen. Ook de ontslaguitkering werd als passend beoordeeld. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd, en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag van appellant door de gemeente Cuijk wordt bevestigd en de ontslaguitkering als passend beoordeeld.