ECLI:NL:CRVB:2004:AP4578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th. C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake bijzondere bijstand studiekosten
Eiseres, als wettelijk vertegenwoordigster van haar zoon, vroeg bijzondere bijstand aan voor contractonderwijs wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam. De gemeente wees de aanvraag aanvankelijk af, maar kende bij bezwaar een lening toe op grond van artikel 11 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het ging om de hoogte van de bijstand om niet, en stelde deze vast op €1.879,94. De rechtbank achtte artikel 11 Abw Pro als juiste wettelijke grondslag.
In hoger beroep betoogde eiseres dat de bijstand op grond van artikel 39 Abw Pro moest worden verleend, omdat het onderwijs een primaire levensbehoefte is. De Raad oordeelde echter dat het hoger beroep slechts een principiële discussie betrof zonder concreet beter resultaat, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan voldoende processueel belang.
De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigde dat de reeds toegekende bijstand toereikend was voor de studiekosten van het cursusjaar 2000-2001.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende processueel belang.