ECLI:NL:CRVB:2004:AO4639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid van late indiening bezwaar tegen niet tijdig besluit
In deze zaak stond centraal de vraag of het bezwaar van gedaagde tegen het niet tijdig nemen van een besluit onredelijk laat was ingediend. Gedaagde had op 11 april 2001 een verzoek ingediend om een zonder rechtsgrond ingehouden deel van zijn uitkering alsnog uit te betalen. Na telefonisch contact met het uitvoeringsorgaan in mei en augustus 2001, waarbij hem werd meegedeeld dat zijn verzoek nog in behandeling was, diende hij op 17 mei 2002 een bezwaarschrift in.
Appellant, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank Middelburg vernietigde dit besluit en oordeelde dat het bezwaar niet onredelijk laat was, omdat appellant in verzuim was en gedaagde op 28 augustus 2001 nog informatie had ontvangen dat het verzoek in behandeling was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde dat niet alleen de datum van het oorspronkelijke verzoek bepalend is, maar ook de communicatie van het bestuursorgaan over de afhandeling. Gelet op de verstrekte telefonische informatie kon het bezwaar niet als onredelijk laat worden aangemerkt. Tevens werd appellant veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan gedaagde.
Uitkomst: Het bezwaar is niet onredelijk laat ingediend en het bestreden besluit wordt vernietigd.