Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
ontvangervan de
Belastingdienst/Kantoor Doetinchem(hierna: de Ontvanger)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een vennootschap, ontving aanmanings- en betekeningskosten bij de aanslag vennootschapsbelasting 2008 en maakte hiertegen bezwaar. De Ontvanger stelde de dwangsommen op nihil wegens onredelijk late ingebrekestelling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt het hof dat belanghebbende tijdig bezwaar maakte en dat de ingebrekestelling pas in december 2013 plaatsvond, kort na beëindiging van het uitstel van betaling, waardoor de ingebrekestelling niet onredelijk laat was.
Het hof stelt vast dat de beslistermijn voor de Ontvanger was verstreken zonder tijdige uitspraak op bezwaar, waardoor een dwangsom verschuldigd is vanaf 4 januari 2014 tot de datum van de uitspraak op bezwaar. De dwangsom wordt vastgesteld op €400 voor beide bezwaarprocedures samen, gelet op de samenhang tussen de aanmanings- en betekeningskosten.
Daarnaast oordeelt het hof dat de Ontvanger terecht geen proceskostenvergoeding kreeg omdat de gemachtigde feitelijk voor zichzelf optrad. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en de Ontvanger worden vernietigd en de dwangsom wordt toegekend. De Ontvanger wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hof stelt de dwangsom vast op €400 wegens onredelijk laat ingebrekestelling door de Belastingdienst.