ECLI:NL:CRVB:2003:AF4647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- F.P. Zwart
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit kinderbijslag wegens onjuiste toepassing bijzonder geval
Appellant, die tot 1991 in Nederland werkte en kinderbijslag ontving voor in Marokko verblijvende kinderen, keerde terug naar Marokko. Na een weigering van kinderbijslag over het eerste kwartaal 1992 tot en met het eerste kwartaal 1993, stelde appellant bezwaar en hoger beroep in. De Sociale verzekeringsbank (SVB) handhaafde het besluit op basis van artikel 14, derde lid, AKW, dat een termijn van drie jaar stelt voor terugwerkende kinderbijslag.
De Raad constateerde dat de SVB het besluit onzorgvuldig had voorbereid, maar ging ervan uit dat de door appellant overgelegde brieven daadwerkelijk waren ontvangen. De kern van het geschil betrof de uitleg van het begrip 'bijzonder geval' in artikel 14, derde lid, AKW. De SVB stelde dat alleen sprake is van een bijzonder geval als de betrokkene zijn aanspraken tijdig veilig heeft gesteld door een aanvraag of procedure.
De Raad oordeelde dat appellant met de brief van 21 juni 1993 voldoende informatie had verstrekt over zijn mogelijke aanspraak op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, en dat de SVB geen nadere informatie had ingewonnen. De Raad vond dat appellant niet meer kon worden gevraagd en dat de SVB het risico van onvolledige informatie draagt. Daarom is ten onrechte geen bijzonder geval aangenomen en moet het besluit worden vernietigd.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en het bestreden besluit, verklaarde het hoger beroep gegrond, en bepaalde dat de SVB een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Sociale verzekeringsbank dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.