ECLI:NL:CRVB:2010:BO7266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum toekenning recht op kinderbijslag bij bijzondere omstandigheden
Appellante, afkomstig uit Marokko, heeft meerdere verblijfsvergunningen aangevraagd en verkregen, met onderbrekingen en procedures die haar verzekeringsstatus voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) beïnvloedden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had kinderbijslag toegekend tot het derde kwartaal van 2005, daarna geweigerd vanwege haar verblijfsstatus, en pas vanaf het derde kwartaal van 2007 opnieuw toegekend na een definitieve verblijfsvergunning.
Appellante voerde aan dat zij voortdurend in procedure was en daardoor niet eerder een aanvraag kon indienen, en dat de trage besluitvorming van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een bijzonder geval vormde. De Svb stelde dat terugwerkende kracht van kinderbijslag slechts mogelijk is binnen één jaar voorafgaand aan de aanvraag, tenzij sprake is van een bijzonder geval waarbij de aanspraak eerder is veiliggesteld.
De Raad oordeelt dat appellante de Svb voldoende heeft geïnformeerd over haar verblijfsprocedure, maar dat de Svb onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mogelijke aanspraak. De Raad stelt dat appellante niet verplicht was de Svb over alle ontwikkelingen te informeren, alleen de definitieve toekenning is relevant. Gezien de omstandigheden is er sprake van een bijzonder geval, waardoor het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd.
De Svb wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen en wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit en beveelt de Svb een nieuw besluit te nemen over de ingangsdatum van de kinderbijslag met inachtneming van de bijzondere omstandigheden.