ECLI:NL:CRVB:2002:AF1658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit kinderbijslag wegens schending hoorplicht en ontbreken belangenafweging
Appellante, een vluchtelinge uit Somalië, ontving vanaf het tweede kwartaal 1994 kinderbijslag voor vier pleegkinderen. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) vorderde later terugbetaling van teveel betaalde kinderbijslag over de periode 1994-1996, omdat appellante geen bijdrage leverde aan het onderhoud van de pleegkinderen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet in de gelegenheid was gesteld haar bezwaren mondeling toe te lichten, dat de terugvordering onzorgvuldig was en dat de SVB niet tijdig had gehandeld. De Raad oordeelde dat de SVB in strijd met artikel 7:2 Awb Pro de hoorplicht had geschonden door appellante niet te horen over de nieuwe grondslag van terugvordering. Tevens ontbrak een kenbare belangenafweging bij de terugvordering, terwijl dit bij een discretionaire bevoegdheid vereist is.
De Raad bevestigde dat appellante redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zij geen recht had op kinderbijslag voor pleegkinderen zonder eigen bijdrage. De terugvordering was niet in strijd met de zes-maandenjurisprudentie. De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de SVB een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van kinderbijslag wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en ontbreken van een belangenafweging; de SVB moet een nieuw besluit nemen.