ECLI:NL:CRVB:2003:AN7893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om haar een WAO-uitkering toe te kennen, omdat zij volgens het besluit niet arbeidsongeschikt was per einde wachttijd 15 september 1997.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beoordeling van gedaagde voldoende was. Appellante voerde aan dat de Richtlijn Medisch arbeidsongeschiktheidscriterium (MAOC) niet correct was toegepast en dat zij niet opnieuw was gehoord na vernietiging van het eerdere besluit.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige, reumatoloog dr. P.M. Houtman, die concludeerde dat appellante wel degelijk een ziekte of gebrek had met consistente beperkingen, waardoor zij niet in staat was voltijds te werken.
De Raad oordeelde dat het eerdere besluit steunde op onjuiste gronden en dat het nieuwe rapport voldoende onderbouwd was om het besluit te vernietigen. Tevens werd geoordeeld dat appellante niet opnieuw gehoord hoefde te worden gezien de omstandigheden.
De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierechten en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan eventuele schadevergoeding.
Uitkomst: Het besluit van 3 februari 1999 wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.