ECLI:NL:CRVB:2002:AE7220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluiten omtrent WAO-uitkering en beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling medische beperkingen
Appellant werd met ingang van 28 mei 1998 een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Tevens werd hem per 20 augustus 1999 de Ziektewetuitkering beëindigd omdat hij niet langer wegens ziekte ongeschikt werd geacht tot arbeid. Appellant stelde in bezwaar en beroep dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen.
De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts over voldoende gegevens beschikte, ondanks dat sommige medische brieven pas na het onderzoek waren opgesteld. De psychische klachten van appellant waren volgens het intakeverslag en medisch dossier niet zodanig ernstig dat zij bij de beoordeling van de belastbaarheid in aanmerking hadden moeten worden genomen. Ook de beëindiging van de Ziektewetuitkering werd bevestigd, waarbij de Raad oordeelde dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid zich beperkte tot de voor appellant relevante functies.
De Raad zag geen aanleiding om de procedure te heropenen of om een psycholoog/psychiater te laten adviseren. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en de besluiten gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraken en handhaaft de besluiten omtrent de WAO-uitkering en beëindiging van de Ziektewetuitkering.