ECLI:NL:CRVB:2002:AE4904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onjuiste maatstaf
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, werd wegens ziekte overgeplaatst en viel uit met nek- en schouderklachten. Hij kreeg een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid toegekend. Gedaagde herzag dit naar 35-45% en trok de uitkering later in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij een neuroloog oordeelde dat appellant geschikt was voor zijn werk. De Raad bevestigt dat appellant niet vanaf het begin ongeschikt was en dat het loon gelijk bleef, waardoor hij geen medische afzakker is.
Appellant stelde dat het aangepaste werk op de afdeling vinken niet als maatmanarbeid kon gelden en dat hij op staande voet was ontslagen. De Raad oordeelt dat geschiktheid voor maatmanarbeid pas leidt tot geen arbeidsongeschiktheid als die arbeid volledig kan worden verricht. Omdat appellant zijn werk niet hervatte en slechts gedeeltelijk geschikt was, is het herzieningsbesluit onjuist.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het besluit 1 betreft, bevestigt het overige, en veroordeelt het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tevens wordt appellant de wettelijke rente over de nagekomen uitkering toegekend.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit wordt vernietigd voor zover het gebaseerd is op geschiktheid voor gedeeltelijke maatmanarbeid; overige besluiten worden bevestigd.