ECLI:NL:CRVB:2005:AT9110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens ongeschiktheid voor maatmanarbeid
Appellante, werkzaam als assistent behandelend beambte, kreeg op 5 september 2001 een besluit van het UWV dat zij geen WAO-uitkering zou ontvangen omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was na afloop van de wachttijd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante geschikt was voor haar maatmanarbeid. In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank ten onrechte aannam dat haar functie geen archiefwerk meer omvatte en dat organisatorische aanpassingen in de praktijk niet werkten.
De Raad oordeelt dat appellante ten tijde van de datum in geschil haar maatmanfunctie niet volledig kon vervullen vanwege medische beperkingen, waaronder functiestoornissen aan de rechterschouder die bovenhands werken beperkten. De Raad stelt vast dat het incidenteel bovenhands pakken van dossiers wel degelijk tot de functie behoort en dat afspraken om dit te vermijden in de praktijk niet werden nageleefd.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en het primaire besluit van 5 september 2001 en gelast het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt gelast een nieuw besluit te nemen waarbij appellante mogelijk recht heeft op een WAO-uitkering.