ECLI:NL:CRVB:2001:AB2324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid uitsluiting kinderbijslag voor vreemdelingen zonder verblijfsvergunning
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) had kinderbijslag geweigerd aan meerdere vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verbleven, maar nog geen verblijfsvergunning hadden ontvangen. De betrokkenen waren in procedure voor een verblijfsvergunning en ontvingen deels uitkeringen op grond van de Algemene bijstandswet. De SVB baseerde de weigering op de Koppelingswet, die sinds 1 juli 1998 vereist dat vreemdelingen een verblijfsvergunning moeten hebben om verzekerd te zijn voor kinderbijslag.
De Centrale Raad van Beroep heeft de uitspraken van de rechtbanken Amsterdam, Utrecht en Haarlem beoordeeld. De Raad bevestigde dat het onderscheid tussen Nederlanders en vreemdelingen zonder verblijfsvergunning een onderscheid naar nationaliteit betreft dat binnen de reikwijdte van internationale verdragen valt. De Raad oordeelde dat dit onderscheid gerechtvaardigd is vanwege het vreemdelingenbeleid en het voorkomen van schijnlegaliteit.
De Raad erkende dat de betrokken vreemdelingen met instemming van de overheid al een zekere mate van inburgering hadden bereikt en dat het beëindigen van hun verzekeringspositie niet zonder meer gerechtvaardigd is. De Raad vernietigde het besluit van de SVB in de zaak van appellante en bevestigde de vernietiging van de besluiten in de zaken van andere gedaagden. Tevens werd de SVB veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de weigeringen van kinderbijslag en veroordeelt de SVB tot betaling van proceskosten en griffierechten.