ECLI:NL:CRVB:2003:AF6067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over kinderbijslag en verzekeringspositie onder de Algemene Kinderbijslagwet
Appellant had kinderbijslag aangevraagd voor vier in Marokko verblijvende kinderen, maar de Sociale verzekeringsbank weigerde dit over diverse perioden vanwege het ontbreken van verzekeringspositie en onvoldoende onderhoudsbijdrage.
De rechtbank had het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen grotendeels in stand gelaten. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant op 1 juli 1998 als ingezetene en verzekerde op grond van de AKW moet worden aangemerkt, ondanks de Koppelingswet.
De Raad stelt vast dat appellant in het vierde kwartaal van 1998 wel degelijk aan de onderhoudsbijdrage heeft voldaan, waardoor de weigering van kinderbijslag in dat kwartaal onterecht was. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden voor dat kwartaal vernietigd.
Voor de overige perioden bevestigt de Raad de uitspraak van de rechtbank, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. De Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit dat kinderbijslag voor het vierde kwartaal 1998 werd geweigerd wordt vernietigd en de Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.