Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 juni 2026 op de hoger beroepen van:
drs. [naam 7] en [naam 8] AA, kantoorhoudende te [vestigingsplaats 2]
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
“Vergelijkende cijfers
Uitspraak van de accountantskamer
1. [naam 7] heeft ten onrechte de verwerkingswijze van [naam 4] aanvaard dat vooruitontvangen betalingen van klanten (voorschotnota's) zijn geboekt als omzet in plaats van als een post overlopende passiva;
2. [naam 7] heeft ten onrechte foutherstel toegepast op de vergelijkende cijfers over 2015 en deze ontoereikend toegelicht;
3. De post (dubieuze) debiteuren is onjuist toegelicht en onjuist verantwoord;
4. De te verrekenen gas- en elektriciteitslevering is onjuist verantwoord;
5. De jaarrekening gaat ten onrechte uit van de continuïteitsveronderstelling.
6. Het foutherstel in de vergelijkende cijfers 2015 in de jaarrekening van [naam 4] heeft niet geleid tot foutherstel in de vergelijkende cijfers van de jaarrekening van [naam 5] .
Ten aanzien van [naam 3] :
7. Het foutherstel in de vergelijkende cijfers in de jaarrekening van [naam 4] is niet doorgevoerd in de geconsolideerde jaarrekening van [naam 3] over 2016.
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
[naam 8]: op pagina 2 van de jaarrekening 2017 (productie 55) staat als referentie [initialen 2] [initialen 3] . Dat is mijn referentiekenmerk. Dat is ook vermeld op de jaarrekening 2016, maar dat is een fout. Dat had ik niet gezien. Ik denk dat dat voortkomt uit de samenstelwaardige kolommenbalans.”