Dutch Dairy Genetics BV heeft een subsidieaanvraag ingediend op grond van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) voor haar melkrundveehouderijlocatie. De minister wees de aanvraag af omdat de locatie ruim een jaar leegstond en de vennootschap niet als veehouder kan worden aangemerkt, aangezien zij geen vee hield en geen productierechten bezat.
De vennootschap voerde aan dat de leegstand normaal is na pachtbeëindiging en dat zij als middellijk veehouder moet worden beschouwd omdat zij de locatie verhuurde aan een veehouder. Tevens stelde zij dat het evenredigheidsbeginsel toepassing verdient omdat zonder subsidie geen stikstofreductie zou plaatsvinden.
Het College oordeelt dat de vijfjaarseis vereist dat de productiecapaciteit onafgebroken op bedrijfseconomisch gangbare wijze is gebruikt, wat niet het geval is bij ruim een jaar leegstand zonder nieuwe pachter. De vennootschap kan niet als veehouder worden aangemerkt omdat zij zelf geen vee hield en geen productierechten had. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat de regeling in overeenstemming is met het Europese staatssteunkader.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.