ECLI:NL:CBB:2023:366
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag sanering varkenshouderij wegens niet onafgebroken gebruik productiecapaciteit
De minister heeft de subsidieaanvraag van appellant voor de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen afgewezen omdat appellant zijn productiecapaciteit niet onafgebroken gedurende vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag op bedrijfseconomisch gangbare wijze heeft gebruikt. Hoewel er sprake was van een dierziekte die tijdelijk tot leegstand leidde, heeft appellant na afloop van de schoonmaakwerkzaamheden ruim een jaar geen varkens gehouden. Dit wordt niet gezien als kortdurende leegstand zoals bedoeld in de regeling.
Appellant voerde aan dat de leegstand onderdeel was van normale bedrijfsvoering en dat hij steeds voornemens was het bedrijf voort te zetten. Ook stelde hij dat hij niet kon afzien van zijn varkensrechten en omgevingsvergunning. Het College oordeelde echter dat de periode van ruim een jaar leegstand te lang is om te spreken van kortdurende leegstand en dat er geen sprake was van overmacht, mede omdat appellant geen vervangende kracht had ingezet om de bedrijfsvoering voort te zetten.
Verder wees het College het beroep op het vertrouwensbeginsel af omdat geen toezeggingen van de overheid waren gedaan. Ook het argument dat de gemeente sanering wenst en dat appellant onevenredig wordt benadeeld, werd verworpen. Wel veroordeelde het College de Staat tot betaling van €1.000,- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaar- en beroepsprocedure.
De afwijzing van de subsidieaanvraag blijft daarmee in stand en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag afgewezen; de Staat wordt veroordeeld tot betaling van €1.000,- schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.