De onderneming werd beboet wegens het vervoeren van een big met een ernstige open wond, wat volgens de toezichthouder onnodig lijden veroorzaakte en in strijd was met de Wet dieren en de Transportverordening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar constateerde een gebrek in het bestreden besluit dat werd gepasseerd.
In hoger beroep betwistte de onderneming de overtreding en de bevoegdheid van de minister, maar zonder onderbouwing. Het College bevestigde de juistheid van de toezichthouder en de bevoegdheid tot boeteoplegging. De onderneming stelde dat de boete gematigd moest worden vanwege termijnoverschrijding en schending van verdedigingsrechten, maar het College volgde de rechtbank dat hiervan geen sprake was.
Wel matigde het College de boete met 10% op grond van een nieuwe gedragslijn van de minister, omdat meer dan 37 weken waren verstreken tussen het rapport van bevindingen en de boetebeschikking. De boete werd vastgesteld op € 2.700,-. Verder werd de minister veroordeeld in de proceskosten van de onderneming in hoger beroep.