ECLI:NL:CBB:2025:335
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes bevestigd ondanks bezwaar ne bis in idem en termijnoverschrijding
Vee- en Vleeshandel Beernink B.V. stelde hoger beroep in tegen boetes opgelegd door de minister van Landbouw wegens overtredingen van hygiënevoorschriften bij slachtprocessen, geconstateerd in augustus 2020. De onderneming voerde onder meer aan dat de boetes in strijd waren met het ne bis in idem-beginsel omdat dezelfde feiten tot een eerdere schorsing van de erkenning hadden geleid, en dat de boetes gematigd moesten worden vanwege overschrijding van wettelijke termijnen.
De rechtbank Rotterdam matigde de boetes vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar bevestigde de bevoegdheid van de minister om de boetes op te leggen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de overtredingen die aan de boetes ten grondslag liggen verschillen van die bij de schorsing van de erkenning, waardoor geen strijd is met ne bis in idem. Ook is de schorsing een herstelsanctie en de boete een bestraffende sanctie, wat dubbele bestraffing uitsluit.
Verder is vastgesteld dat de toezichthouder de overtredingen direct na constatering aan de onderneming heeft aangezegd, waardoor het matigingsbeleid bij vertraagde aanzegging niet van toepassing is. De overschrijding van de termijn van artikel 5:51 Awb Pro wordt als termijn van orde gezien zonder gevolgen voor de bevoegdheid. Het College bevestigt dat de hoogte van de boetes passend en evenredig is gelet op de ernst van de overtredingen.
De onderneming kon zich niet verweren tegen waarschuwingen zonder rechtsmiddelenclausule, maar dit leidt niet tot matiging. De redelijke termijn voor de gehele procedure is niet overschreden in die mate dat verdere matiging nodig is. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de boetes van €2.250,- per overtreding blijven in stand.