ECLI:NL:CBB:2025:641
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bestuurlijke boetes aan failliet slachthuis wegens overtredingen hygiënevoorschriften
Het slachthuis Holland Vlees Service B.V., in staat van faillissement, ging in hoger beroep tegen vijf bestuurlijke boetes opgelegd door de minister vanwege overtredingen van hygiënevoorschriften bij de productie van vlees. De boetes betroffen onder meer het niet voorkomen dat karkassen elkaar raakten vóór de postmortemkeuring, wat een risico op kruisbesmetting en gevaar voor de volksgezondheid opleverde.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de minister terecht de overtredingen had vastgesteld, maar stelde de hoogte van één boete bij wegens onjuiste toepassing van recidiveregeling. Het slachthuis voerde aan dat de boetes te hoog waren en dat het risico op besmetting gering was. Het College verwierp deze bezwaren en bevestigde dat het risico op kruisbesmetting niet gering is en dat de boetes proportioneel zijn.
Wel oordeelde het College dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, waardoor matiging van de boetes op hun plaats was. De boetes werden verlaagd met 15 tot 30 procent afhankelijk van de termijnoverschrijding. Daarnaast werd het slachthuis een proceskostenvergoeding toegekend, te betalen door zowel de Staat als de minister. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het de hoogte van de boetes betrof en het College stelde de boetes definitief vast op de gematigde bedragen.
Uitkomst: De bestuurlijke boetes aan het slachthuis worden bevestigd maar gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn, met toekenning van proceskostenvergoeding.