De maatschap exploiteert een melkveehouderij en had in 2019 een derogatievergunning waardoor zij meer stikstof mocht gebruiken dan de reguliere norm. Na controle door de NVWA bleek dat de maatschap de gebruiksnormen had overschreden, wat leidde tot een boete en intrekking van de derogatievergunning.
De rechtbank had het boetebesluit deels vernietigd vanwege een motiveringsgebrek en onvoldoende onderzoek naar de draagkracht en het sneeuwbaleffect van de maatschap, waarbij de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het College oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen toepassing gaf aan artikel 8:72a Awb en zelf een beslissing had moeten nemen. Het College stelt vast dat de financiële gevolgen van de intrekking van de derogatievergunning (het sneeuwbaleffect) geen rol mogen spelen bij de beoordeling van de evenredigheid van de boete. Ook is geen sprake van verminderde draagkracht van de maatschap.
De boete wordt slechts gematigd met € 2.500 vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar verder niet verminderd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de maatschap ongegrond verklaard.