ECLI:NL:CBB:2025:114
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoeken subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens ontbreken nieuwe feiten
De onderneming heeft voor meerdere kwartalen subsidie aangevraagd op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister stelde de subsidie voor Q4 2020 vast op nul en wees de aanvragen voor Q2 en Q4 2021 af omdat de onderneming niet voldeed aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies. De omzet van een overgenomen onderneming werd buiten beschouwing gelaten omdat die in de referentieperiode nog niet in eigendom was.
De onderneming maakte bezwaar tegen deze besluiten, die ongegrond werden verklaard, en verzocht later om herziening. De minister wees deze herzieningsverzoeken af omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd, maar slechts een gewijzigd standpunt naar aanleiding van nieuwe rechtspraak.
Het College oordeelt dat een gewijzigd standpunt op basis van nieuwe rechtspraak geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is en dat de minister terecht niet terugkwam op de in rechte onaantastbare besluiten. De beroepen zijn ongegrond verklaard, mede omdat de onderneming niet tegen alle negatieve besluiten rechtsmiddelen heeft aangewend en het gelijkheidsbeginsel niet van toepassing is.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 4 maart 2025.
Uitkomst: De herzieningsverzoeken van de onderneming worden afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd.