ECLI:NL:CBB:2024:429
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart beroep ongegrond tegen nihilvaststelling subsidie TVL wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming had een aanvraag ingediend voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021. De minister had aanvankelijk een subsidie toegekend, maar bij de vaststelling stelde hij de subsidie op nihil omdat uit de definitieve omzetgegevens bleek dat de onderneming niet voldeed aan het vereiste van ten minste 30% omzetverlies.
De onderneming betwistte de omzetgegevens die de minister gebruikte, met name omdat een deel van de omzet bestond uit factuurbedragen voor voorschotten 'publishing rights' die volgens de onderneming niet tot haar omzet behoorden maar tot die van de vennoten. De minister baseerde zich echter terecht op de aangiften omzetbelasting, zoals voorgeschreven in de regeling.
Het College oordeelde dat de minister mocht uitgaan van de omzet zoals die in de aangiften omzetbelasting is opgenomen, mede vanwege uitvoerbaarheid en administratieve lasten. De bestemming van de gefactureerde voorschotten en het feit dat deze betrekking hadden op toekomstige jaren deed hieraan niet af. Het verschil in omzet tussen de referentieperiode en de subsidieperiode was minder dan 30%, waardoor de subsidie terecht op nihil werd vastgesteld.
Het beroep van de onderneming werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt terecht op nihil vastgesteld wegens onvoldoende omzetverlies.