ECLI:NL:CBB:2023:649
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt afwijzing subsidie vaste lasten wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming had subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) aangevraagd voor het eerste en tweede kwartaal van 2021. De minister stelde de subsidie uiteindelijk op nihil vast en vorderde de eerder betaalde voorschotten terug, omdat volgens gegevens van de Belastingdienst het vereiste omzetverlies van ten minste 30% niet was behaald.
De onderneming voerde aan dat zij haar activiteiten had uitgebreid van zes naar negen hotelkamers, waardoor de omzet in de subsidieperiodes hoger was dan in de referentieperiodes. Zij stelde dat de omzet van de uitbreiding buiten beschouwing moest worden gelaten om het omzetverlies correct te berekenen. De minister handhaafde zijn standpunt dat de omzet volgens de aangifte omzetbelasting als uitgangspunt geldt.
Het College oordeelde dat de minister terecht is uitgegaan van de omzetgegevens van de Belastingdienst en dat de TVL-regeling geen ruimte biedt voor afwijking van deze berekeningswijze. Het ontbreken van een hardheidsclausule en het belang van uitvoerbaarheid van de regeling rechtvaardigen deze aanpak. Het beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering van de voorschotten blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming is ongegrond verklaard en de subsidie is terecht op nihil vastgesteld wegens onvoldoende omzetverlies.