Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[het pluimveebedrijf] , te [woonplaats] (het pluimveebedrijf)(gemachtigde: J.A. Brok)
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Het pluimveebedrijf stelde hoger beroep in tegen een boete van €1.500,- opgelegd door de minister van Landbouw wegens vangletsel bij kuikens, vastgesteld tijdens een NVWA-inspectie in juni 2019. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven toetste het bewijs en de bevoegdheid van de minister om de boete op te leggen.
De toezichthouder had twee vangletseltellingen uitgevoerd bij een bandsnelheid van 13.500 kuikens per uur, waarbij gemiddeld 3,45% ernstige bloedingen en luxaties werden vastgesteld. Het College oordeelde dat de tellingen conform de NVWA-instructies waren uitgevoerd en dat de deskundigheid van de toezichthouder niet ter discussie stond. Verwijzingen naar ontbrekende bijlagen en eerdere zaken konden het oordeel niet wijzigen.
Het College constateerde een overschrijding van de redelijke termijn met vier weken en mat de boete daarom met 5% tot €1.425,-. De overschrijding werd toegerekend aan de rechterlijke procedure, waardoor de Staat het griffierecht aan het pluimveebedrijf moet vergoeden. Het hoger beroep werd afgewezen, maar de boete verlaagd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen, maar de boete wordt verminderd tot €1.425,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.