Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 september 2023 in de zaak tussen
[naam 1] B.V., te [plaats] (de onderneming)
de minister van Economische Zaken en Klimaat
Procesverloop
Overwegingen
Inleiding
Standpunt van de onderneming
Standpunt van de minister
Beoordeling door het College
€ 1,8 miljoen. Voor Q4 2021 is in artikel 2.5.5, eerste lid, aanhef en onder c, van de TVL opgenomen dat de minister afwijzend op een aanvraag beslist voor zover de totale ontvangen steun die wordt gerechtvaardigd door paragraaf 3.1 van de Tijdelijke kaderregeling meer bedraagt dan € 2,3 miljoen. In dit geval is de minister bij het nemen van het bestreden besluit 2 uitgegaan van het staatssteunplafond van € 2,3 miljoen.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 ongegrond;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 837,-
Bijlage
(PbEU 2020, C 91 I) na toepassing van deze regeling, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene
de-minimisverordening, meer bedraagt dan:
(PbEU 2020, C 91 I) na toepassing van deze regeling, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene
de-minimisverordening, meer bedraagt dan: