ECLI:NL:CBB:2023:271
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College bevestigt toepassing standaard referentieperiode TVL Q1 2021 bij uitbreiding bestaande onderneming
De ondernemer exploiteert sinds 2016 een poffertjesrestaurant en voegde in maart 2019 een Italiaans restaurant toe aan dezelfde inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Voor de TVL Q1 2021 subsidie verzocht hij om een afwijkende referentieperiode, omdat het tweede restaurant pas in april 2019 openging en Q1 2019 daardoor niet representatief zou zijn. De minister wees dit verzoek af en hanteerde de standaardreferentieperiode Q1 2019.
De ondernemer stelde dat het tweede restaurant een nieuwe onderneming betreft en dat de regeling daardoor onevenredig uitpakt, omdat hij minder subsidie ontving dan wanneer hij twee aparte ondernemingen zou hebben gehad. Het College overwoog dat volgens eerdere jurisprudentie het toevoegen van een nieuwe activiteit binnen dezelfde inschrijving en onder dezelfde SBI-code wordt gezien als uitbreiding van een bestaande onderneming, niet als een nieuwe onderneming.
Het College bevestigde dat de minister terecht de standaardreferentieperiode toepaste en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen. De regeling bevat geen hardheidsclausule en uitzonderingen worden slechts in zeer bijzondere gevallen gemaakt. Het beroep van de ondernemer werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en de standaardreferentieperiode Q1 2019 blijft van toepassing.