ECLI:NL:CBB:2021:748
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrecht voor jongvee en toepassing knelgevallenregeling met schadevergoeding redelijke termijn
Appellant betwistte het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij het fosfaatrecht werd vastgesteld, met name het niet toekennen van fosfaatrecht voor twee stierkalveren die volgens verweerder niet voor de melkveehouderij werden gehouden. Verweerder had het fosfaatrecht vastgesteld op basis van diercategorieën en peildata conform de Meststoffenwet.
Het College oordeelde dat het mannelijk jongvee jonger dan een jaar dat niet voor melkveehouderij wordt gehouden niet onder de definitie van melkvee valt en dus geen fosfaatrecht toekomt. Dit werd ondersteund door registratiegegevens en het feit dat de dieren waren verkocht aan een vleesveebedrijf. Tevens werd het verzoek van appellant om verschillende peildata te hanteren voor verschillende diercategorieën afgewezen vanwege het risico op dubbele telling.
Verder stelde het College vast dat de behandeling van bezwaar en beroep de redelijke termijn had overschreden, waardoor appellant recht had op een schadevergoeding. Het beroep tegen het bestreden besluit werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het vervangingsbesluit ongegrond. Verweerder en de Staat werden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Beroep tegen bestreden besluit niet-ontvankelijk, beroep tegen vervangingsbesluit ongegrond, schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.