ECLI:NL:CBB:2021:485
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsregeling bestuursdwangkosten en hoorplicht niet geschonden
Appellante werd geconfronteerd met een last onder bestuursdwang wegens overtreding van de Wet dieren, specifiek met betrekking tot een Fries paard. Na diverse eerdere procedures waarin het College eerdere besluiten deels vernietigde en het verschuldigde bedrag aan kosten vaststelde, stelde verweerder een betalingsregeling vast voor het openstaande bedrag.
Appellante voerde bezwaar aan tegen deze regeling en stelde onder meer dat het rapport waarop de bestuursdwang was gebaseerd ondeugdelijk was en dat zij niet correct was gehoord. Het College stelde vast dat de beroepsgronden van appellante voornamelijk betrekking hadden op eerdere besluiten die reeds definitief waren behandeld in eerdere procedures.
Het College overwoog dat de betalingsregeling zelf een zelfstandig besluit vormt waartegen bezwaar en beroep openstaan. Uit de overgelegde telefoonnotitie bleek dat appellante expliciet had afgezien van het recht op een hoorzitting, zodat geen schending van de hoorplicht was vastgesteld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de betalingsregeling wordt ongegrond verklaard en de hoorplicht is niet geschonden.