ECLI:NL:CBB:2021:402
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing fosfaatrechtenstelsel en individuele last melkveehouder
Appellante, een melkveehouderij, had haar bedrijf uitgebreid van circa 70 naar 187 melk- en kalfkoeien en jongvee, waarvoor zij vergunningen en investeringen had gedaan. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van het aantal dieren op 2 juli 2015, waarbij een generieke korting werd toegepast. Appellante voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en een individuele en buitensporige last oplegt, mede door investeringen die zij niet kan benutten.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel noodzakelijk is in het kader van de Nitraatrichtlijn en geen inbreuk maakt op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De uitbreiding van appellante werd gezien als een ondernemerskeuze zonder bedrijfseconomische noodzaak, mede gelet op het tijdstip van investeringen en de afschaffing van het melkquotum. De financiële gevolgen zijn substantieel, maar vormen geen individuele en buitensporige last.
Het College concludeerde dat de belangen van milieu en volksgezondheid zwaarder wegen dan die van appellante. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.