ECLI:NL:CBB:2021:299
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over fosfaatrechtenstelsel en individuele last melkveehouderij
Appellante, een melkveehouderij maatschap, stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw over de vaststelling van haar fosfaatrecht en de afwijzing van haar melding bijzondere omstandigheden. Zij voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last oplevert en in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met het EVRM en dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een individuele en buitensporige last. De investeringsbeslissingen van appellante waren niet navolgbaar gezien de aangekondigde afschaffing van het melkquotum en de maatregelen die daarmee samenhangen. Ook de vermeende impact van een Salmonella-uitbraak en bouwwerkzaamheden behoorden tot het ondernemersrisico.
Verder oordeelde het College dat de belangen van milieubescherming en volksgezondheid zwaarder wegen dan de belangen van appellante. De motivering van het bestreden besluit was toereikend. Wel werd een immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Staat en verweerder naar rato werden veroordeeld tot betaling van respectievelijk €571,43 en €428,57.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar appellante ontvangt een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.