ECLI:NL:CBB:2021:168
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling fosfaatrecht op peildatum 2 juli 2015
Appellante exploiteert een zorgboerderij en wilde haar vleesveetak omzetten naar melkvee. Zij investeerde in jongvee en bouwde een melkveestal, maar had op de peildatum 2 juli 2015 nog geen melkkoeien die melk produceerden. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van het aantal dieren op die peildatum. Appellante voerde aan dat zij recht had op fosfaatrechten volgens de startersregeling en dat het stelsel haar eigendomsrecht schond.
Het College oordeelde dat appellante niet voldeed aan de cumulatieve voorwaarden van de startersregeling omdat zij niet tussen 2 juli 2015 en 1 januari 2018 was gestart met melkproductie. Ook was de peildatum correct toegepast. Het beroep dat het stelsel in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol faalde omdat appellante geen individuele en buitensporige last aannemelijk had gemaakt.
Het College benadrukte dat ondernemersrisico's inherent zijn aan investeringsbeslissingen en dat het vooruitlopen op vergunningen zonder deze op de peildatum te bezitten niet navolgbaar is. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan de financiële gevolgen voor appellante. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.