ECLI:NL:CBB:2021:151
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele en buitensporige last fosfaatrechten na beëindiging vleesveetak
Appellante exploiteert een gemengd landbouwbedrijf met akkerbouw als hoofdbedrijfstak en had een vleesveetak die zij heeft beëindigd. Na een ongeval in 2013 werd het vleesvee in 2015 afgevoerd en startte zij met het opfokken van jongvee. Het fosfaatrecht werd vastgesteld op basis van de peildatum 2 juli 2015, wat leidde tot een lager aantal fosfaatrechten dan verwacht.
Appellante stelde dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last opleverde, mede door de timing van het afvoeren van het vleesvee en de gevolgen daarvan. Zij voerde ook een beroep op de knelgevallenregeling wegens ziekte. Het College oordeelde dat appellante niet voldeed aan de 5%-drempel van deze regeling en dat het beroep daarop faalde.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel een last voor appellante oplevert, maar dat deze niet buitensporig is. De financiële gevolgen zijn beperkt ten opzichte van de hoofdactiviteit akkerbouw, en de ondernemer draagt de risico's van haar beslissingen. Tevens is het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk omdat het bedrag hoger is dan de bevoegdheid van het College.
Het beroep tegen het bestreden besluit werd niet-ontvankelijk verklaard en dat tegen vervangingsbesluit II ongegrond. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen vervangingsbesluit II ongegrond verklaard; verzoek om schadevergoeding niet behandeld.