Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] , te [plaats] , appellant
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant exploiteerde een jongvee-opfokbedrijf met een specifieke bedrijfscyclus die afwijkt van standaard melkveehouderijen. Het fosfaatrechtenstelsel baseert de toekenning op een peildatum van 2 juli 2015, waarop appellant minder dieren had dan gebruikelijk door verkoop van drachtige dieren voorafgaand aan die datum.
De minister stelde het fosfaatrecht vast op basis van het aantal dieren op die peildatum, wat leidde tot een lagere toekenning dan passend bij de normale bedrijfsvoering van appellant. Appellant stelde dat dit een individuele buitensporige last oplevert in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EP).
Het College oordeelde dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 EP Pro, maar dat in dit individuele geval sprake is van een buitensporige last door de specifieke bedrijfsvoering en de keuze van de peildatum. Het College vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarbij appellant tot op zekere hoogte gecompenseerd wordt.
Daarnaast veroordeelde het College de minister in de proceskosten van appellant en bepaalde een vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige individuele belangenafweging bij de toepassing van het fosfaatrechtenstelsel.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens individuele buitensporige last en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met compensatie.