ECLI:NL:CBB:2021:117
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en individuele last onder Meststoffenwet afgewezen
Appellante, een melkveehouderij, had beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij haar fosfaatrecht werd vastgesteld onder de Meststoffenwet. Zij stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantastte en dat zij een individuele en buitensporige last droeg vanwege noodzakelijke uitbreidingen van haar bedrijf.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met het recht op eigendom zoals neergelegd in het Eerste Protocol bij het EVRM. De investeringsbeslissingen van appellante, genomen in april en mei 2015, werden niet als navolgbaar beoordeeld, mede gelet op de afschaffing van het melkquotum en de toen al voorziene maatregelen. Vertragingen door procedures van buren tegen vergunningen behoren tot het ondernemersrisico van appellante.
Verder was er geen sprake van een bedrijfseconomische noodzaak voor de uitbreiding, ondanks de toetreding van de zoon tot de maatschap. Het College concludeerde dat de belangen van milieu en volksgezondheid zwaarder wegen dan de belangen van appellante. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.