ECLI:NL:CBB:2020:637
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en knelgevallenregeling in melkveehouderij
Appellante, een melkveehouderij, betwistte het door verweerder vastgestelde fosfaatrecht op grond van de Meststoffenwet en voerde onder meer aan dat de Nitraatrichtlijn onvoldoende grondslag biedt, dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun en dat de knelgevallenregeling onjuist werd toegepast. Tevens stelde zij dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last voor haar vormt.
Het College overwoog dat het stelsel van fosfaatrechten rechtmatig is en dat niet gerealiseerde uitbreidingen niet in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van het fosfaatrecht. Appellante voldeed niet aan de vereiste 5%-drempel voor de knelgevallenregeling. Verder werd vastgesteld dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij over de benodigde vergunningen beschikte voor de gewenste dierenaantallen.
Het College concludeerde dat het fosfaatrechtenstelsel geen individuele buitensporige last oplegt en dat de belangen van milieu en volksgezondheid zwaarder wegen dan die van appellante. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.