ECLI:NL:CBB:2020:159
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten en knelgevallenregeling bij omschakeling biologische melkveehouderij
Appellante, een melkveehouderij die omschakelt naar biologische bedrijfsvoering, betwistte het door verweerder vastgestelde fosfaatrecht en beriep zich op de knelgevallenregeling vanwege lagere dier- en melkproductie door omschakeling en BVD-dierziekte. Verweerder wees het bezwaar af omdat appellante geen alternatieve peildatum had opgegeven en onvoldoende bewijs leverde voor het causaal verband tussen BVD en productie.
Appellante stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en dat sprake is van een individuele en buitensporige last, mede door investeringen en slechte bodemkwaliteit. Het College oordeelde dat het stelsel verenigbaar is met het recht op eigendom en dat ondernemersrisico's zoals omschakeling en bodemkwaliteit voor eigen rekening komen. De knelgevallenregeling werd niet toegepast wegens gebrek aan onderbouwing.
Verder constateerde het College een overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure en veroordeelde verweerder tot een schadevergoeding van €500,-. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht en proceskosten werden aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.