ECLI:NL:CBB:2019:41
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen last onder bestuursdwang wegens overtredingen dierenwelzijn
Appellant kreeg een last onder bestuursdwang opgelegd wegens overtredingen van het Besluit houders van dieren, waaronder het onthouden van water, onvoldoende verzorging van een magere Duitse herder en aanwezigheid van vlooien bij honden. Na bezwaar verklaarde de minister dit ongegrond. Appellant stelde dat de overtredingen niet voldoende waren onderbouwd en dat verweerder niet voldeed aan de bewijslast.
Het College oordeelde dat het bestuursorgaan in beginsel mag uitgaan van het toezichtrapport van bevoegde controleurs, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat de bevindingen onjuist zijn. Het College vond de stellingen van appellant onvoldoende om het rapport te betwijfelen. De overtredingen werden per onderdeel beoordeeld en gegrond verklaard: de honden hadden langdurig geen toegang tot water, de Duitse herder was ernstig mager en had onvoldoende verzorging gekregen, en de pups hadden een ernstige vlooienplaag.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat het bestreden besluit in rechte stand kon blijven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. S.C. Stuldreher op 29 januari 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder bestuursdwang wegens overtredingen van het Besluit houders van dieren is ongegrond verklaard.