ECLI:NL:CBB:2018:448
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tegemoetkoming schade door maatregelen tegen bacterie Ralstonia solanacearum in rozenkwekerij
D-Roses B.V., een rozenkwekerij, verzocht op grond van artikel 4 van Pro de Plantenziektenwet om tegemoetkoming in de schade veroorzaakt door maatregelen ter bestrijding van de bacterie Ralstonia solanacearum (RS) die haar rozenplanten besmet had. De minister wees dit verzoek af omdat de schade volgens hem tot het normale bedrijfsrisico van een professionele teler behoort.
Appellante betoogde dat de besmetting met RS in rozen tot augustus 2015 onbekend was en dat de schade daardoor niet tot het normale bedrijfsrisico behoort. Tevens stelde zij dat het optreden van de bacterie RS in rozen onvoorzienbaar was en verwees naar civiele uitspraken die dit bevestigen.
Het College overwoog dat de bacterie RS al lange tijd bekend is als schadelijk voor diverse plantensoorten en dat het risico op besmetting in de glastuinbouwsector niet ondenkbaar is. Ook was sinds 2015 bekend dat rozen besmet konden raken. De door appellante geleden schade is veroorzaakt door de bacterie zelf en niet door de opgelegde maatregelen, zodat geen causaal verband bestaat tussen maatregelen en schade.
Het College verwierp het beroep en bevestigde dat de minister zijn discretionaire bevoegdheid tot het verlenen van tegemoetkoming terecht terughoudend toepast. De argumenten van appellante, waaronder de unieke DNA-profielen en civiele rechtspraak, waren onvoldoende om het oordeel te wijzigen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van D-Roses B.V. tegen de afwijzing van haar verzoek om tegemoetkoming in schade wordt ongegrond verklaard.