Uitspraak
1.RCR en Partners B.V., te Aalsmeer,
6.[naam 4] V.o.f., te Hattem,
10.V.o.f. [naam 8] , te Rijnsburg,
staatsecretaris van Economische Zaken, verweerder
College van Beroep voor het bedrijfsleven
In deze bestuursrechtelijke zaken zijn meerdere appellanten, kwekers en handelaren in bloemkwekerijproducten, in beroep gegaan tegen besluiten van het Productschap Tuinbouw inzake heffingen over het jaar 2010. De heffingen zijn gebaseerd op twee verordeningen die met terugwerkende kracht tot 1 januari 2010 zijn vastgesteld. Appellanten maakten bezwaar tegen de heffingen, maar verweerder verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk of ongegrond.
Het College heeft de beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren in drie zaken niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, nu verweerder deze besluiten had ingetrokken. De beroepen tegen de heffingsbesluiten zelf zijn ongegrond verklaard. Het College oordeelde dat de terugwerkende kracht van de verordeningen niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, mede omdat de heffingsgrondslag ongewijzigd bleef en er voldoende publiciteit en voorzienbaarheid was.
Verder werd het betoog van appellanten dat de verplichte aansluiting bij het Productschap in strijd is met artikel 11 EVRM Pro niet gevolgd, conform vaste jurisprudentie. Het College veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten aan appellanten vanwege de intrekking van besluiten tijdens de procedure. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de heffingsverordeningen en de wijze van bezwaar- en beroepsprocedure.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen tegen de heffingsbesluiten ongegrond en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten.