Uitspraak
Autoriteit Consument en Markt, gevestigd te Den Haag, verweerster, (ACM),
Vodafone Libertel B.V., te Maastricht, (Vodafone),
Tele2 Nederland B.V., te Diemen, (Tele2),
Eurofiber B.V., te Maarssen, (Eurofiber),
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Het geschil betreft het Tariefbesluit HKWBT/HL van ACM en de daaropvolgende besluiten, waaronder het wijzigingsbesluit dat de tariefplafonds voor op FttO en FttH gebaseerde diensten reguleert. KPN betoogt dat na de HKWBT/HL-uitspraak van het College de grondslag voor tariefregulering van FttH-diensten is vervallen en dat de tariefplafonds voor deze diensten moeten komen te vervallen.
Het College oordeelt dat het dictum van de HKWBT/HL-uitspraak duidelijk stelt dat de regulering van HKWBT/HL-diensten over glasvezelnetwerken, inclusief FttH, is vervallen. ACM's verweer dat alleen FttO-diensten betroffen zijn, wordt verworpen. Ook het beroep van KPN tegen de brief van 23 september 2015 wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Verder wordt de vaststelling van de WACC door ACM beoordeeld. Het College acht de methoden en keuzes van ACM, zoals de referentiemarkten, referentieperiodes, en de gebruikte formules, binnen de beoordelingsruimte van ACM en voldoende gemotiveerd. KPN's betogen over een te lage WACC en onredelijkheid worden verworpen.
Het College besluit het beroep tegen het wijzigingsbesluit gegrond te verklaren, vernietigt het besluit voor zover ACM de tariefplafonds voor FttH-diensten niet heeft laten vervallen, en draagt ACM op deze tariefplafonds te schrappen. Tevens veroordeelt het College ACM in de proceskosten van KPN en draagt ACM op het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het College vernietigt het wijzigingsbesluit voor zover het de tariefplafonds voor FttH-diensten betreft en veroordeelt ACM in de proceskosten.