ECLI:NL:CBB:2017:274
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd wegens tekortkomingen in integriteitsbeleid en naleving Wwft door betaaldienstverlener
Appellante, een betaaldienstverlener met vergunning van De Nederlandsche Bank (DNB), kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet voeren van een adequaat integriteitsbeleid en het niet naleven van bepalingen uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft).
DNB constateerde ernstige tekortkomingen in transactiemonitoring, meldplicht en kennisniveau van medewerkers. Appellante voerde onvoldoende actuele en concrete risicoanalyses, hield haar handboeken niet actueel en faalde in het tijdig melden van ongebruikelijke transacties. Diverse cliëntdossiers toonden gebrekkige controle en onvoldoende onderbouwing van transacties.
Appellante voerde in hoger beroep meerdere gronden aan, waaronder strijd met het lex certa-beginsel, vertrouwen op eerdere contacten met DNB, en disproportionaliteit van de boete. Het College verwierp deze grieven en oordeelde dat de normen voldoende duidelijk waren, dat appellante onvoldoende inzicht gaf in haar integriteitsrisico’s, en dat de boete passend was.
Het College bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank Rotterdam en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De boete werd gematigd tot €20.000 vanwege beperkte omvang van de overtredingen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard en de boete van €20.000 is bevestigd.