ECLI:NL:CBB:2016:446
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom wegens illegaal taxivervoer zonder vergunning
Op 28 november 2015 werd appellant aangehouden voor het verrichten van taxivervoer zonder de vereiste vergunning. Inspecteurs van de ILT en politie voerden een controleactie uit waarbij bleek dat appellant tegen betaling personen vervoerde zonder vergunning. Appellant voerde aan dat hij geen economische activiteit verrichtte en slechts kostendekkend vervoer bood, maar dit werd verworpen omdat het vervoer plaatsvond in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Het College nam de op ambtseed opgemaakte processen-verbaal als bewijs aan en oordeelde dat het vervoer niet in de sfeer van familie of collega’s plaatsvond, maar als economische activiteit. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard omdat hij de last onder dwangsom terecht opgelegd kreeg.
Verder werden de bezwaren over het ontbreken van tolkbijstand en druk bij verklaring afgewezen, evenals het beroep op schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur wegens gebrek aan onderbouwing. Het College bevestigde de bevoegdheid van de Minister om de last op te leggen en vond geen bijzondere omstandigheden die dit in redelijkheid zouden verhinderen.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens het verrichten van taxivervoer zonder vergunning wordt ongegrond verklaard.