ECLI:NL:CBB:2009:BK1424
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- M. van Duuren
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom wegens illegaal taxivervoer zonder vergunning
Appellant werd een last onder dwangsom opgelegd wegens het verrichten van taxivervoer zonder vergunning, in strijd met artikel 4, tweede lid, van de Wet personenvervoer 2000. Uit verklaringen van passagiers bleek dat appellant vier personen vervoerde tegen betaling van €20,-, wat neerkomt op een tarief dat hoger is dan de autokosten, en dat hij bekend stond als 'zwarte taxi'.
Appellant voerde onder meer aan dat hij geen betaling ontving, dat de Wp 2000 niet op hem van toepassing was vanwege de carpoolbepaling, dat de dwangsom buitensporig hoog was en dat de getuigenverklaringen niet tijdig en volledig waren overgelegd. Het College oordeelde dat de verklaringen betrouwbaar en gedetailleerd waren en dat appellant taxivervoer als economische activiteit verrichtte, waardoor de wet wel van toepassing is.
Het College stelde vast dat de last onder dwangsom gericht was op het voorkomen van herhaling van de overtreding en dat het klaarblijkelijk gevaar voor herhaling aanwezig was. De bevoegdheid tot oplegging was derhalve terecht. Wel oordeelde het College dat de motivering van de hoogte van de dwangsom in dit concrete geval onvoldoende was, gezien de beperkte omvang van de activiteit van appellant.
Daarom vernietigde het College het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot last onder dwangsom wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de hoogte van de dwangsom.