ECLI:NL:CBB:2005:AU6002
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.J. Borman
- W.E. Doolaard
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over medegebruik antennesystemen op grond van Telecommunicatiewet
Nozema stelde beroep in tegen een besluit van OPTA waarin werd geoordeeld dat verzoeken van Broadcast om medegebruik van antennes en antennesystemen van Nozema redelijke verzoeken zijn in de zin van artikel 3.11, vierde lid, van de Telecommunicatiewet (Tw).
Het geschil betrof de vraag of OPTA bevoegd was het geschil te beslechten en of de verzoeken van Broadcast als redelijk moesten worden aangemerkt. Nozema voerde onder meer aan dat de wettelijke regeling in strijd zou zijn met Europese richtlijnen en dat het medegebruik niet verplicht kon worden opgelegd aan aanbieders zoals Nozema die niet beschikken over een bijzonder recht om faciliteiten te installeren.
Het College oordeelde dat OPTA bevoegd was het geschil te beslechten en dat de wettelijke regeling in overeenstemming is met het Europese regelgevend kader. Het College stelde vast dat ook voorwaardelijke verzoeken om medegebruik binnen het toepassingsgebied van artikel 3.11, vierde lid, Tw vallen. Verder oordeelde het College dat medegebruik ook kan bestaan uit het volledige gebruik van faciliteiten en dat het belang van ruimtelijke ordening en milieubescherming een verplichte medegebruiksregeling rechtvaardigt.
Het College verwierp de stelling dat Broadcast eerst moest aantonen dat zij geen alternatieven heeft en oordeelde dat de verzoeken van Broadcast redelijk zijn, mede omdat Nozema geen technische belemmeringen of reserveringen had gesteld. Het beroep van Nozema werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Nozema is ongegrond verklaard en het geschilbesluit van OPTA wordt bevestigd.