ECLI:NL:RBROT:2006:AY5334
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. van den Hurk
- A. Verweij
- M.J.S. Korteweg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijke vergoeding voor medegebruik antenne-opstelpunt Hilversum tussen Nozema en BNT
Nozema en BNT sloten een samenwerkingsovereenkomst over het medegebruik van antenne-opstelpunten, waaronder het antenne-opstelpunt Hilversum. Na mislukte onderhandelingen verzocht BNT het College van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (verweerder) om bindende regels vast te stellen over de vergoeding voor medegebruik. Verweerder stelde een vergoeding vast gebaseerd op werkelijk gemaakte kosten vermeerderd met een redelijk rendement, met een afschrijvingstermijn van 15 jaar en een risicovrije rente gebaseerd op staatsobligaties met een looptijd van 10 jaar.
Nozema stelde dat verweerder niet bevoegd was kostenoriëntatie als redelijke vergoeding voor te schrijven en voerde aan dat de afschrijvingstermijn en risicoparameters onjuist waren vastgesteld. BNT voerde onder meer aan dat de financieringsverhouding en risico-opslag onjuist waren bepaald en dat het rapport van de accountant Mazars onvoldoende betrouwbaar was. Novec werd als rechtsopvolger van Nozema niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan eigen procesbelang.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de regels vast te stellen en dat kostenoriëntatie een juiste invulling is van het begrip redelijke vergoeding gezien de ongelijkwaardige marktsituatie. De afschrijvingstermijn van 15 jaar werd als redelijk beoordeeld, evenals de keuze voor historische kosten en de risicovrije rente op basis van 10-jarige Nederlandse staatsobligaties. De door Nozema en BNT aangevoerde bezwaren werden niet gegrond verklaard. De beroepen van Nozema en BNT werden ongegrond verklaard, het beroep van Novec niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De beroepen van Nozema en BNT worden ongegrond verklaard en het beroep van Novec niet-ontvankelijk.