ECLI:NL:RVS:2026:3225
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens gezondheidsrisico's overdracht
Betrokkene, een Afghaanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de asielprocedure. Betrokkene stelde dat zijn ernstige psychische aandoeningen en traumatische ervaringen in Duitsland een overdracht onverantwoord maken.
De rechtbank vernietigde het besluit van de minister en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van de uitspraak. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of de minister voldoende onderzoek had gedaan naar de gezondheidsrisico's van betrokkene bij overdracht, met name of een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) had moeten worden ingewonnen.
De Raad van State oordeelde dat op grond van het arrest C.K. van het Hof van Justitie de minister een vergewisplicht heeft om bij objectieve medische gegevens over ernstige gezondheidsrisico's een BMA-advies in te winnen. De minister had dit nagelaten, ondanks de overgelegde medische stukken en verklaringen van betrokkene die ernstige psychische problematiek en suïcidale gedachten aantoonden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.