ECLI:NL:RVS:2025:4149
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toekenning schadevergoeding voor onrechtmatige grensdetentie
De minister van Asiel en Migratie legde betrokkene op 22 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op in de vorm van grensdetentie. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en beval opheffing van de maatregel met schadevergoeding. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is, waardoor de grensdetentie rechtmatig kon plaatsvinden. De Afdeling stelde vast dat de minister tijdig een beslissing nam over het asielverzoek binnen de wettelijke termijn van vier weken.
Echter, ambtshalve toetste de Afdeling of de grensdetentie niet te lang duurde. Zij concludeerde dat de grensdetentie onrechtmatig werd vanaf 21 februari 2025, na dertien weken detentie. Betrokkene verbleef tot 14 maart 2025 in detentie, waarna de minister de maatregel ophefte. De Afdeling kende betrokkene een schadevergoeding toe over de periode van onrechtmatige detentie en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De grensdetentie was onrechtmatig vanaf 21 februari 2025, betrokkene krijgt een schadevergoeding van € 2.200 en proceskostenvergoeding toegekend.