ECLI:NL:RVS:2024:5185
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregelen vreemdelingen in JCS
De minister van Asiel en Migratie legde in november 2024 aan vijf vreemdelingen vrijheidsontnemende maatregelen op in het Justitieel Complex Schiphol (JCS). De rechtbank Den Haag oordeelde op 11 december 2024 dat deze maatregelen onrechtmatig waren vanwege de omstandigheden in het JCS, waaronder de inrichting en het regime, en beval opheffing van de maatregelen met toekenning van schadevergoeding.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om voorlopige voorzieningen te treffen zodat de vrijheidsontnemende maatregelen niet per direct opgeheven hoeven te worden. De minister voerde aan dat het belang van grensbewaking zwaarder weegt en dat onmiddellijke opheffing onomkeerbare gevolgen zou hebben voor de toegang tot het Schengengebied.
De voorzieningenrechter achtte het grensbewakingsbelang zwaarder dan de ingrijpende gevolgen voor de vreemdelingen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor blijven de vrijheidsontnemende maatregelen van kracht totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregelen blijven van kracht totdat op het hoger beroep is beslist.